Het teken van
de onvervulde
beloften

Wat maakt het moeilijk om het geloof vol te houden? Ik ging in gesprek met een groep catechisanten en die hadden daar wel antwoord op. We kwamen uiteindelijk ook op het punt: wat helpt nou om het vol te houden? Omdat volhouden voor jong en oud een gelijke uitdaging kan zijn deel ik het hier.

De jongeren zeiden op de vraag wat volhouden moeilijk maakt: ziekte, oorlog en tegenslag. Wat ook niet helpt is alles wat afleidt. We leven in een wereld waarin veel dingen onze aandacht vragen. Je mobiel, maar ook werk, gezin en sociale verplichtingen. Onder afleiding valt ook de manier van denken in onze samenleving. Vaak staat het haaks op het geloof. De ondertoon in onze samenleving is: leef voor jezelf. Een derde ding dat volhouden in geloof moeilijk maakt is volgens mijn catechisanten dat er mensen zijn die het geloof loslaten. Ik snap dat wel. Als jij ergens voor gaat en iemand anders laat dat juist los, dan vraag je je af: maar waarom zou ik dan doorgaan? Wat volhouden ook moeilijk maakt is je zondige ik, je neiging tot het kwade. Ergens snap je het niet: je wilt zo graag met God leven, maar dan is er toch telkens weer die zonde. Maar wat stelt mijn geloof dan voor?

Marathon

Geloven is nou niet bepaald even een sprintje trekken. Geloven is meer te vergelijken met een marathon. Je leven lang blijven geloven vraagt inzet, overtuiging en training. Het beeld van een marathon komt uit de Bijbel. In Hebreeën 12:1 worden christenen opgeroepen ‘vastberaden de wedstrijd (te) lopen die voor ons ligt.’ En de apostel Paulus zegt als zijn sterven nadert: ‘ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden’ (2 Timoteüs 4:7). Paulus, zou je kunnen zeggen, is ‘gestorven in geloof’. Die uitdrukking wordt ook gebruikt in Hebreeën 11:13: ‘Zij allen zijn in geloof gestorven.’ Maar de zin loopt door op een opvallende manier: ‘…wat hun beloofd was hebben ze geen werkelijkheid zien worden.’ Maar dat is even lekker: je leven lang geloven, maar nooit zien, nooit krijgen wat je beloofd werd. Je geloofde dat er een nieuwe hemel en aarde komt, maar tijdens jouw leven is het niet gebeurd. Dat geldt natuurlijk voor iedereen die tot nu tot gestorven is. Maar dat betekent dat geloven zonder te zien, zonder het beloofde te krijgen, de normale situatie is.

Sterven in geloof

Als iemand ‘sterft in geloof’ dan bedoelen we dat hij of zij in vertrouwen op God is overleden. En dan maken we een duiding naar voren: omdat hij of zij stierf in geloof is hij of zij nu bij God in heerlijkheid. En dat is ook de troost van het evangelie. Maar de uitdrukking zelf kijkt niet vooruit maar achteruit, kijkt terug op het leven op aarde. Degene die overleden is heeft zijn leven lang geloofd in beloften die hij of zij nooit werkelijkheid zag worden. Wij zeggen als iemand sterft in geloof dat zijn of haar geloof is overgegaan in aanschouwen. Maar de uitdrukking in Hebreeën 11 legt juist de focus op het niet zien: een leven lang geloofd hebben zonder ooit gezien te hebben waarin je geloofde. Maar de Bijbel noemt hen geen sneue mensen. Dat denkt een buitenstaander misschien. De mensen waarover het in Hebreeën 11:13 gaat zijn in eerste instantie de Israëlieten die in Egypte woonden. Hun was het ‘beloofde land’ beloofd. Maar hele generaties zijn gestorven nog voor de uittocht. Zij hebben wat hun beloofd was nooit werkelijkheid zien worden. Toch hielden zij er hun leven lang aan vast. Ben je dan sneu of is dit juist heel krachtig? Volgens de Bijbel is het heel krachtig. Van twee kanten krijgen ze lof toegezwaaid om hun volgehouden geloof. In vers 16 staat: ‘Daarom schaamt God zich er niet voor hun God genoemd te worden.’ God laat zijn naam graag verbinden aan mensen die hun leven lang geloofd hebben. Dat zij in hun leven niet kregen wat beloofd was doet niet af van hun geloof maar onderstreept juist de kracht ervan. En ook van nog een andere kant wordt deze volhouders lof toegezwaaid. In vers 39 staat: ‘Al deze mensen, die van oudsher om hun geloof geprezen worden, hebben de belofte niet in vervulling zien gaan.’ Ook van de kant van mensen ontvangen zij lof: ‘Hij hield vol tot aan zijn dood. Zij hield vol; en moet je nagaan, haar leven was niet gemakkelijk.’ Dus ‘sterven in geloof’ is niet alleen de normale situatie, het is ook iets prijzenswaardigs.

Onvervulde beloften

Nu klinkt het negatief: onvervulde beloften. Maar het is hier juist positief. Onvervulde beloften zijn een teken van krachtig, volgehouden geloof. En ze zijn er een teken van dat de beloften nog open staan. Je gelooft er niet voor niets in. Het teken van de onvervulde beloften is enorm bemoedigend. Wat zijn van hier uit nou concrete dingen die helpen om het geloof vol te houden? De catechisanten zeiden: als geloven een marathon is, let dan op je groepsgenoten. Loop als team. Moedig elkaar aan en help elkaar als het niet gaat. Het stimuleert als je anderen om je heen ziet die er in geloven. Volgens Hebreeën 12:1 worden we ook nog vanaf de kant aangemoedigd door de geloofsgetuigen van hoofdstuk 11. Een tweede ding dat de catechisanten noemden: hou het doel voor ogen. Dus lees in de Bijbel. Wie probeert vol te houden in geloof zal zich afvragen: voor wie doe ik dit, waarvoor doe ik dit? Hebreeën 12:2 zegt dat ook Jezus zelf het zo volhield: ‘met de vreugde voor ogen die voor Hem in het verschiet lag, heeft Hij het kruis verdragen en de schande ervan aanvaard.’ Hou het doel voor ogen. En Jezus. Als derde werd het gebed genoemd. In de diepte is het God die geloof geeft en ons helpt om vol te houden. Denk aan Marcus 9:24: ‘Ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp.’ De catechisanten zeiden ook nog: let op tekenen van Gods aanwezigheid en zegen in je leven. Zie daar Gods hand in, zijn betrokkenheid op jou. En tot slot, gebruik de kracht van gewoonten. De gewoonte van dagelijks Bijbel lezen en bidden, de gewoonte van kerkgang. Ik denk dat we zo zijn geschapen: gevoelig voor gewoonten. Gebruik het in je voordeel.

Ik hoop, beste lezer, dat u/jij nog lang leeft. Maar ik hoop ook dat er een dag komt dat je sterft in geloof. Want dat betekent dat je het hebt volgehouden.