Geest
Als je jong en – zeg maar – in de kracht van je leven bent, dan is het sterven iets wat op afstand is. Je wordt er wel mee geconfronteerd, uiteraard, maar dat geldt dan altijd voor een ander. Niet voor jezelf.
Met dat je leeftijd vordert verandert dat en komt ook je eigen sterven dichterbij, en dan is het bijna onvermijdelijk dat je nadenkt en met elkaar van gedachten wisslet over geest en ziel. Het verschil tussen beide is niet eenvoudig, ook in de Bijbel niet. Ziel (in het Grieks psychè) lijkt het wezen van de mens te zijn, en geest (in het Grieks pneuma) meer de verbinding met God. Maar die twee onstoffelijke aspecten van het menselijk leven kunnen niet zonder elkaar, en in het lkeven op aarde overigens ook niet met het stoffelijke deel, het lichaam.
Met Goede Vrijdag, Hemelvaart en Pinksteren is ‘geest’ een veel voorkomend en wezenlijk deel van het nadenken over dat wat ongrijpbare (tenminste, ongrijpbaar voor ons) iets. Op Goede Vrijdag ‘…gaf Jezus de geest…’ lezen we aan het einde van de beschrijving van de kruisiging. Op de dag van de aanvaarding van Zijn koningschap beloofde Jezus Zijn leerlingen de Trooster (Heilige Geest) te sturen. En die vervulden hen op Pinksteren.
Ieder mens heeft een geest, maar hij/zij ís geen geest. Die geest werd Adam ‘ingeblazen’ (pneuma betekent ook ‘adem’) kunnen we zeggen. Die kwam van God, en zal, zo geloven we, naar God terugkeren bij het sterven.
Hoe zal dat alles zijn? Misschien is er wel geen enkele volwassen christen die daarover nooit heeft nagedacht. En telkens weer komen we eigenlijk niet verder dan te zeggen: ‘Dat is in geen mensenhart opgeklommen.’
Toch is het niet zinloos om erover na te denken en met elkaar te spreken. Want die geest, die levensadem die we als mens van God kregen, vormt zo’n wezenlijk deel van ons bestaan, dat we daar ook zorgvuldig, maar vooral ook dankbaar verwachtend, mee moeten omgaan.
Want als we sterven, dan blijft een krakkemikkig lichaam achter. Onze nabestaanden zullen dat ergens wegleggen. Maar onze geest gaat dan naar God en wacht daar – als ziel onder het altaar? – op een nieuwe hemel en een nieuwe aarde en een nieuw, verheerlijkt lichaam.
Nou ja… wachten… wat is dat eigenlijk als je in de eeuwigheid bent? Eerlijk gezegd duizelt het me nu ook allemaal een beetje. Maar het is wel een aangename duizeling. Verwachtingsvol, geestrijk. Prachtig toch? De Heilige Geest is met onze menselijke geest op weg naar ‘… alles nieuw…'.
Heerco Walinga
hwalinga@walinga.org