Je wordt niet
vergeten

... en Ik zal hem een witte steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt (Opb. 2:17b HSV)

Vergeten. Als er iets is in de wereld, waar mensen bang voor zijn is dat zij iets vergeten. Op jonge leeftijd denk je gauw aan een verstrooide professor. Later spot je (richting je ouders) met beginnende dementie, wanneer zaken vergeten worden. 

'Vergeten' is een dingetje in de samenleving. We spotten ermee, maar zijn tegelijk er ontzettend bang voor, dat het ons zal overkomen: iets vergeten.

Vergeten gebruiken we ook vaak bij zaken waar we niet veel meer van weten: vergeten geschiedenis (over onbekende gebeurtenissen), vergeten groenten (die we amper meer eten). Én minstens zo belangrijk: niet-vergeten. Zeer belangrijke gebeurtenissen, zoals de Holocaust, daarvan willen we niet dat deze vergeten gaan worden.

Vergeten: de cijfers liegen er niet om. Onze grootste angst zal hoogstwaarschijnlijk bewaarheid worden: we zullen worden vergeten. Er is een gezegde, dat je pas vergeten bent, als niemand meer leeft, die jou heeft gekend. 

En kijken we naar de cijfers: van 99,7% van de wereldbevolking is onbekend wie deze mensen zijn geweest, wat ze hebben gedaan, of zelfs maar hoe ze heetten. Dit geldt dan over de gehele mensheid, sinds het begin van de schepping.

Onderzoek naar mensen zorgt ervoor dat deze mensen in zekere zin voor je gaan leven. Ik heb mijn afstudeerscriptie aan de TU Kampen geschreven over de predikant Hieronymus Vogellius, één van de afgevaardigden naar de Nationale Synode van Dordrecht. 

Zoekend naar gegevens over zijn leven, was er bijna niks te vinden. Het was zoeken via kleine aanknopingspunten. 

Van daaruit heb ik kunnen leren dat zijn vader schoolmeester in Weert, en later Monnickendam was. Dat hij mogelijk in Amsterdam naar de Latijnse school is gegaan. Ik heb zélfs een akte van ondertrouw gevonden. En nog veel meer. Een persoon, die niet bestond, ging ineens voor mij leven.

In de grote wereld van het vergeten, is deze tekst uit Openbaring een verademing. God geeft ons een witte steen, met een naam erop. Een naam, die niemand kent, maar waarnaar wij zullen luisteren. Eenzelfde strekking heeft Opb. 3:5, dat je naam niet gewist zal worden uit het boek des levens. God laat zien, dat Hij ons kent, dat Hij ons niet zal vergeten.

In de eerste eeuwen was het troostrijk, te weten dat je als verachte minderheid in het grote Romeinse Rijk gekend werd door de heerser die de heerschappij van de Romeinse keizer te boven ging. In de huidige maatschappij fungeert deze tekst op eenzelfde manier: je wordt gekend door de Schepper van de wereld, in een wereld die volledig verklaard lijkt te zijn door de wetenschap. Wetenschap, die de uitgestrektheid van het heelal weet te benadrukken, maar die ook de kleinste deeltjes kan vinden. Bij zulke uitslagen kun je je als mens klein, nietig en onbelangrijk voelen. Toch is er de HERE, die jou kent, die jou een naam geeft: een speciale naam. Zeg maar: een koosnaam.

Die koosnaam mogen wij met ere dragen. Niet omdat wij dat verdienen, maar om Jezus' wil.

Gekend zijn, niet vergeten worden, dat is een lijn, die door heel de Schrift heen loopt: van Adam, die Eva een naam geeft. Van Abram, die Abraham mag worden. Jakob, die Israël wordt. Simon, die Petrus genoemd wordt en van Saulus naar Paulus. Een naam, in de Bijbel gaat deze primair niet om jouw daden, maar over Gods daden. In bovengenoemde situaties is het vooral positief. In negatieve zin komen we het ook tegen bij Jesaja en Hosea, wanneer het volk Israël blijft zondigen: dan zijn de namen van de kinderen al een vooruitwijzing naar datgene wat Gods daden in negatieve zin voor de mensen zal betekenen.

Dat God jou een naam op een witte steen geeft, jouw naam in het boek des levens schrijft, betekent dat God - in Christus - een plan met je heeft. Je mag als klein, nietig en misschien zelfs onzichtbaar, mens onderdeel worden van Gods grote plan om mensen te roepen zich te keren tot Christus. Niet meer met het gezicht naar het duister, waarin men niets ziet of kan lezen, maar naar het licht van genade en redding, waar je je nieuwe naam kunt lezen.