Kerk van prinsen en prinsessen

Een kleine zoektocht op Internet leverde op dat er in ieder geval zes kerkgebouwen in Nederland zijn die de naam ‘Koningskerk’ hebben. Ik vind dat een mooie naam, want het geeft aan dat de gemeente daar de Koning der koningen wil dienen en daar ook publiekelijk voor wil uitkomen. Want zo is het toch: kerk dat is kuriakè oftewel van de Heer, van Koning Jezus die vanuit de hemel met alle macht die Hem toebedeeld is (‘…Mij is alle macht gegeven…’) regeert over het hele universum, en dus ook de aarde, en dus ook op al die plekken op aarde waar zich een gemeente laat bijeenbrengen. Allemaal Koningskerken, dus.

We vierden onlangs weer Hemelvaartsdag en dachten terug aan de dag dat Jezus, de Gezalfde, de Christus, Zijn koningschap aanvaardde en zijn volgelingen de opdracht gaf om van Hem te getuigen ‘…tot aan de einden van de aarde…’Troonsbestijging. Als dat op aarde gebeurt, dan is dat een landelijk feest waarbij kosten nog moeiten gespaard worden om het prachtig te laten zijn. Alles wordt uit de kast getrokken om de pracht en de praal van de nieuwe vorst zo duidelijk mogelijk neer te zetten. En het trekt internationale aandacht.

Koningschap

‘Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld.’ zei Jezus tegen Pilatus (Joh. 18:36). Het is een dramatisch en ontzettend onrechtvaardig gebeuren, dat verhoor van Pilatus. Hij vraagt Jezus of Hij koning van de Joden is, luistert niet naar Jezus’ antwoord en vraagt aan de overpriesters of hij de koning van de Joden moet vrijlaten, omdat hijzelf geen grond voor veroordeling kan vinden.Politieke intriges zijn de bodem onder de volstrekt gerechtelijke dwaling die hier plaatsvond. Wat moet dat voor Jezus onverteerbaar zijn geweest, dat totale onbegrip over Zijn koningschap. Zijn volksgenoten zochten zijn dood en via een smerige truc spannen ze de Romeinse overheid (die ze haten) voor hun karretje om toch die lastige rabbi uit de weg te ruimen. Onverteerbaar, omdat Hij op het punt staat om – via lijden en sterven – het koningschap over de hele kosmos te verkrijgen en naar de mens gesproken zouden, met minder dan een vingerknip, al die opgeblazen mannetjes weggevaagd geweest. Maar Jezus was niet gekomen om mensen om te brengen, maar om ze juist te redden. En zij begrepen niet – of wilden niet begrijpen – dat Hij juist hen het Leven aanbood. Maar ze waren zo druk met het veiligstellen van hun eigen positie dat ze niet beseften dat ze op doodlopende wegen zaten. En dat is het grootste gevaar dat de mensen, ook u en ik, nog steeds lopen. Wij vinden onze weg, onze carrière, onze doelen en onze verlangens zo belangrijk dat we blind geworden zijn voor de Weg, de Waarheid en het Leven.

Adeldom verplicht

Ik vraag me wel eens af of ik soms niet hetzelfde doe als die schriftgeleerden en Pilatus. Bij voorbeeld na een eredienst, waarin ik het evangelie verkondigd heb gekregen, en vervolgens naar buiten ga en met een broeder of zuster verhalen uitwissel over de afgelopen vakantieweek. Dan heb ik niet goed geluisterd naar het Evangelie, naar mijn reddingsverhaal, en houd ik me meer bezig met de dagelijkse dingen. Want als het goed is, dan hoort u het iedere zondag weer: je bent een kind van God, een broeder of zuster (zo noemde Jezus zijn volgelingen zelf) van de Koning der koningen. En dat is een prachtige, maar ook verantwoordelijke positie. 

Het is goed als we ons dat realiseren en beseffen dat de mensen om ons heen die Christus niet kennen, dat aan ons kunnen zien. Die adeldom verplicht zeker. En het merkwaardige van adeldom is doorgaans dat we die niet zelf verdiend hebben, maar dat we alle goede dingen en de privileges die die adeldom met zich meebrengt uit genade hebben verkregen. En de dankbaarheid daarvoor mogen we uitstralen. Dat moet haast vanzelf een ‘way of life’ zijn, zichtbaar voor ieder die we maar tegenkomen. Dat wordt nog sterker als we ons ervan bewust zijn dat als wij in opspraak komen, de niet-gelovige mens een afkeer ontwikkelt van de Koning zelf. We zien dat al aan de zwarte schapen van de verschillende koningshuizen die er zijn. Komt een prins in opspraak, zoals in Noorwegen en in Engeland gebeurde, dan is dat schade voor de koning van dat land.

In allerlei soorten en maten

Koningen, prinsen en prinsessen (en ook andere heersers) zijn er op aarde in allerlei soorten en maten. Er zijn er relatief weinig die zich als een dienaar van het volk opstellen, meer die zich als alleenheerser gedragen. Hoe anders is dat voor de Koning der koningen. Die nam de gestalte van een slaaf aan, trad daadwerkelijk op als een bediende en liet daarmee zien dat Hij het allerbeste voor zijn volgelingen zocht. En daar ook alles voor overhad, zelfs Zijn leven. Wat zou het niet prachtig zijn als wij, Zijn volgelingen, ons ook als dienaren gedroegen, met een koninklijke waardigheid die weerspiegelt dat we allemaal leden zijn van het Koningshuis van het Vrederijk. En dus in ieder geval al de vrede onderling bewaarden, maar die ook, waar we kunnen, in de wereld om ons heen verspreiden. Volken en naties hebben de neiging om via oorlog, haat en nijd, jaloezie en macht, rijkdom en carrière, posities veilig te stellen. In Jezus’ koninkrijk gaat dat niet met macht of geweld, maar door Zijn Geest. Dat te laten zien aan de wereld die overloopt van conflicten, is een belangrijke taak voor de broers en zussen van de Koning der koningen.

Kerk zijn

Er wordt de laatste decennia heel gevarieerd nagedacht over ‘kerk zijn in de wereld’. De kerk als herberg, als schaapskooi, als hotel, als toevluchtsoord voor vluchtelingen, noemt u maar op. En al die beelden zijn niet verkeerd. Maar de belangrijkste taak van de kerk mag daardoor niet uit het oog en uit het hart raken. En die taak is: verkondigen tot aan de einden der aarde. Dat kan heel dichtbij zijn in uw eigen buurt, dat kan ook ver weg zijn aan de andere kant van de wereld. 

Laat u daarbij niet voorstaan op uw belangrijke positie als prins of prinses, maar gebruik die functie om mensen bekend te maken met het evangelie. Maak ze maar jaloers op het goede en geruste leven in vrede met uzelf, met de mensen om u heen, en vooral met de drieënige, liefhebbende, almachtige Schepper, die volkomen rechtvaardig regeert vanaf Zijn troon in de hemel.