Afbeelding

ZONDAG 17 MEI 2026

Zesde zondag na Pasen

Bij de HEER is genade, bij Hem is bevrijding, altijd weer (Ps. 130,7b).

Door zijn hemelvaart maakt Christus het mogelijk dat onze gebeden bij God aankomen. Hij liet ons niet als wezen achter (Joh. 14,18), maar gaf ons zijn Geest om altijd bij ons te zijn. Daarin ligt voor ons de onmetelijke waarde van zijn hemelvaart (HC vr/antw. 49): zelf pleit Hij bij ons bij de Vader, Hij is onze voorspraak, zodat onze gebeden doordringen tot voor Gods troon. 

Zijn aanwezigheid in Gods heerlijkheid nu betekent voor ons de zekerheid van onze toekomst in Gods nabijheid straks (Joh. 24,17). En tenslotte heeft Hij ons zijn Geest gezonden, die onze aandacht op God richt en ons in onze zwakheid (ook wat betreft ons bidden!) te hulp komt (Rom. 8,26). 

Horen

God wordt n.a.v. Ps. 65,3 wel de ‘Hoorder der gebeden’ genoemd. En zo is het ook: allen die Hem aanroepen is de HEER nabij, die Hem roepen in vast vertrouwen (Ps. 145,18). ‘Al lijkt het daar niet altijd op’, denken we misschien diep in ons hart. 

Ons gebed lijkt vaak eenrichtingsverkeer; wij leggen onze noden aan Hem voor, maar horen vervolgens niet direct wat terug. Sowieso geen stem, of een briefje uit de hemel. En hoe vaak gebeurt nou precies datgene wat we van de HERE vragen? Toch belijden we dat Hij ons altijd (ver)hoort. Hoe zit dat dan? Psalm 130 wil ons daarover iets leren en houdt ons een spiegel voor. 

Wij zouden dit lied wellicht kunnen betitelen als een lied van verootmoediging of een boetepsalm. Maar er staat boven: een pelgrimslied. Oftewel, een lied voor onderweg. De psalmdichter lijkt wanhopig, bevindt zich in grote nood. Laten we allereerst opmerken dat Hij in zijn misère de HERE zoekt; hij weet bij Wie hij met zijn klacht terecht kan. 

Hij richt zich vanuit de diepten (de profundis) tot God in de (hoge) hemel: ‘Uit de diepten roep ik U, Heer mijn God, ik heb U nodig, Here, luister nu ik schor gebeden fluister.’ Wat is de oorzaak van zijn ellende? Is hij lichamelijk ziek, of geestelijk gebroken, net als de dichter van Psalm 6? 

Nee, zijn diepste nood is zijn zondebesef (vs 3). Hij realiseert zich dat hij eigenlijk niet voor God kan bestaan: ‘Als U niets dan zonden zag, Heer, mijn God; wie bleef in leven?’ 

Verhoren

Maar de HERE hoort onze gebeden niet alleen aan, Hij verhoort ook! Hij luistert niet alleen, maar komt vervolgens ook daadwerkelijk in actie. Want Psalm 130 gaat verder: ‘Maar U wilt nu juist vergeven, dus verdient U ons diepe ontzag.’ Zoals het bekende gezegde luidt: God vervult niet al onze wensen, maar wel al zijn beloften! 

En daarom hoeven we ook niet slechts te verlangen naar zijn reactie op onze gebeden; Hij weet immers al wat we nodig hebben, nog vóór we het Hem vragen (Matt. 6,8). Nee, ons verlangen mag des te meer uitgaan naar Hemzelf: ‘Ik blijf wachten tot U komt, Heer mijn God. Ik blijf nog sterker op U wachten dan een mens in lange nachten wacht op het morgenlicht.’ 

Zeker, je mag werkelijk alles aan Hem voorleggen, Hem alles vragen. Maar vestig vooral je hoop op Hem. ‘Hoop op God, want Hij heeft zich aan jou verbonden, Hij verlost je van je zonden, Hij maakt vrij!’ 

Zo zijn we toch nog voluit vrijgemaakt. 

Roep Hem aan; door Christus’ hemelvaart hoort God onze gebeden. https://bit.ly/4ea5llb

Afbeelding