Zevenduizend

Maar Ik zal in Israël zevenduizend mensen in leven laten die niet voor Baäl hebben geknield en hem niet hebben gekust.
1Koningen 19: 18

De grandioze profeet Elia, wiens naam de hele verdere Bijbel door blijft weerklinken en die soms zelfs nog weer in levenden lijve verschijnt, is uitgeblust, ten einde raad. Hij is geïntimideerd door de doodsbedreiging van Izebel en op de vlucht, het land uit. Hij wil het liefst sterven en treft daarvoor onomkeerbare voorbereidingen.
Maar God de HEER wil nog verder met hem, Hij heeft een taak voor hem. Op wonderbaarlijke manier, door middel van een engel die midden in de woestijn tot twee keer toe een eenvoudig maal voor hem klaarmaakt, geeft Hij hem nieuwe energie. Elia kan weken vooruit.

Uit het hoofd geleerd

Er is veel geheimzinnigheid in Elia’s profetische loopbaan. Hij verschijnt als een komeet, we horen niets over zijn roeping. Ook hier is het niet duidelijk wat hem aanzet tot zijn tocht, en wat hem leidde naar het Horebgebergte. Wel doet hij er opvallend lang over. Al die weken heeft hij de tijd om zijn klacht te koesteren en onder woorden te brengen tot een uit het hoofd geleerde les, die hij tenslotte, door de HEER ter verantwoording geroepen, stug herhaalt.
‘Ik heb me met volle overgave ingezet voor de HEER, de God van de hemelse machten, maar de Israëlieten hebben uw verbond met hen naast zich neergelegd, uw altaren verwoest en uw profeten gedood. Ik ben als enige overgebleven, en nu hebben ze het ook op mijn leven voorzien.’

Worsteling

We begrijpen hem helemaal. Een paar jaar lang heeft hij in spanning geleefd, zwervend vanwege het door hem zelf geprofeteerde oordeel van droogte en schaarste en zich verbergend voor de vijandschap van het koninklijk huis. Het liep uit op een geweldige opwekking in Israël op de berg Karmel, een overwinning op de geestelijkheid van de valse godsdienst, en, op zijn intense gebed, een ontlading in een weldadige plensregen. Des te meedogenlozer is de klap van de doodsbedreiging uit het paleis op hem neergekomen.

Dit is meer dan de klacht van een wanhopig mens. Elia vertolkt een crisis in de worsteling van de HEER om het hart van zijn volk. De grote actie van bekering en vernieuwing, samengebald in het werk van Elia, blijkt vlak na z’n hoogtepunt op niets uitgelopen te zijn. Hier, op de Sinaï, had de HEER met een overweldigende verschijning zijn verbond met Israël gesloten en vormgegeven. Nu is de ooit zo stoere maar altijd eenzame profeet onverrichterzake teruggekeerd naar het nulpunt. Zo ziet hij het, zo voelt hij het.

De verschijning van de HEER is weer zo’n raadselachtig moment. Opnieuw, net als toen, is de natuur in rep en roer. Hoe merkt Elia dat de HEER niet in de verwoestende storm is, en ook niet in de aardbeving en niet in het vuur, maar weet hij, zodra er een zachte bries opsteekt, dat dit het moment is om uit de rotsholte naar buiten te gaan en voor zijn God te verschijnen, als een dienaar afwachtend wat zijn Heer hem te zeggen heeft?
Van dat zachte suizen moeten we niet te veel maken, alsof dat de typische manier is waarop God verschijnt en waarin Hij spreekt, doorgaans en ook nu nog. Zoals Hij zich majesteitelijk openbaarde in het begin, is Hij vroeger en later op talloze verschillende manieren verschenen en heeft Hij gesproken. Onze behoefte aan stilte voor gebed en meditatie is iets heel anders.

Voortgezet

Hoe dan ook, toen en nu: Gods woord is wonderlijk. Wat Hij zegt is in geen mensenhart opgekomen. Hij valt Elia niet begripvol bij, Hij verwijt hem ook geen kleingeloof. En Hij doet meer dan troosten.
Zijn toespraak aan het adres van Elia is anders dan wij zouden verwachten of graag zouden willen. Zijn woorden zijn vol dreiging, vol van het zwaard, tot drie keer toe. Het oordeel, dat Elia met zoveel overtuiging heeft zien aankomen en aangekondigd, wordt door de handen van verschillende menselijke actoren voortgezet; er zullen nog veel meer slachtoffers vallen.

Aan de andere kant: de HEER bewaart zevenduizend mensen. Een rond, symbolisch getal: duizend – vaak in de Bijbel als symbool voor een groot getal, tien maal tien maal tien, kubusvormig, volmaakt. Zeven – het heilige getal, het getal van de heilige God.
Zevenduizend mensen. Of misschien: profeten; mannen, gezinshoofden – ‘vrouwen en kinderen niet meegerekend’. Van die mannen die in groepen bij elkaar kwamen in ‘profetenscholen’ – vergelijk wat wij kennen als een mannen- of bijbelstudievereniging.

Het vervolg is te lezen in de rubriek Kerkelijk leven in dit nummer.