Uitverkiezing II

In het vorige nummer legde ik een link tussen uitverkiezing en karaktervorming. Als je nadenkt over wat de uitverkiezing is – het mooiste wat je hebt, de band met God, heb je gekregen – en dat dit niets zegt over jou, wie je bent of wat je kunt, maar alles over God, dan moet dat je wel vormen.

Dan word je volgens de apostel Paulus meelevend, dan ga je goed doen, dan word je nederig, zachtmoedig en geduldig. Je wordt verdraagzaam, vergevend, liefdevol, gericht op vrede en dankbaar (Kolossenzen 3:12-15). In de Bijbel kom je hier genoeg voorbeelden van tegen.

Jozef

Ik denk aan Jozef, die door zijn broers verkocht werd naar Egypte. Hij werd door God uitgekozen om zijn familie te redden van de hongerdood. Jozef was speciaal. Zijn vader gaf hem al een speciale kleurige mantel. Jozef had dromen waarin zijn broers en vader voor hem neerbogen. Hoe vormde dit Jozef? De Bijbel vertelt nergens dat hij een verwaand jongetje was. Zo behandelden zijn broers hem wel, wat hadden ze een hekel aan hem. Bij Jozef zelf leidde zijn uitverkiezing tot een bizarre vergevingsgezindheid. Toen zijn broers in Egypte voor hem stonden en hij alle macht had om zich te wreken, zei hij: ‘Niet jullie hebben mij (...) hierheen gestuurd, maar God’ (Genesis 45:8).

Ester

Denk ook aan Ester, een Joods meisje dat de vrouw werd van koning Ahasveros. Ze was de uitverkorene uit een grote groep meisjes. Haar uitverkiezing leidde tot een enorme moed. Ja, ze had een zetje nodig, haar oom Mordechai zegt op een gegeven moment: ‘Wie weet ben je juist koningin geworden met het oog op een tijd als deze’ (Ester 4:14). En dan stapt Ester zomaar  – tegen alle regels in  – de troonzaal binnen. Haar uitverkiezing maakte haar moedig.

Jeremia

Een laatste, Jeremia. Dat God hem uitkoos om profeet voor het volk te zijn leidde bij hem tot nederigheid. Ik lees het even voor, Jeremia 1:4-6: ‘De HEER richtte zich tot mij: ‘Voordat Ik je vormde in de moederschoot, had Ik je al uitgekozen, voordat je de moederschoot verliet, had Ik je al aan mij gewijd, je een profeet voor alle volken gemaakt.’ Ik riep: ‘Nee, HEER, mijn God! Ik kan het woord niet voeren, ik ben te jong.’ Dat God hem uitkiest overvalt Jeremia. Hij vindt zichzelf niet waardig genoeg. Jeremia wordt niet trots, niet arrogant door Gods keus voor hem, het leidt juist tot een enorme nederigheid: hoe kan God mij nou uitkiezen om zijn profeet te zijn?

Opdracht

Opvallend is ook Johannes 15:16, daar horen we Jezus tegen zijn leerlingen zeggen: ‘Jullie hebben niet Mij uitgekozen, maar Ik jullie.’ En dat loopt uit op Jezus’ opdracht: ‘heb elkaar lief’ (vers 17). Een opdracht. Ja, maar als de leerlingen nadenken over hoe Jezus hen heeft uitgekozen – niet op grond van iets in hen, een begin van geloof ofzo, maar vanuit zijn eigen liefde – dan moet dat hen toch liefdevol maken naar elkaar? 

Efeziërs 1

Een gedeelte dat vaak als sleuteltekst voor de uitverkiezing wordt gezien is Efeziërs 1:4-6. Daar zegt Paulus: ‘In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons uitgekozen om heilig en zuiver voor Hem te staan, en vol liefde heeft Hij ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om door Jezus Christus zijn kinderen te worden, tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in zijn geliefde Zoon.’ Twee dingen vallen hier op. God kiest mensen niet uit omdat ze geloven, maar opdat ze geloven. En dat betekent – dat is het tweede – dat alle eer naar God gaat. Niemand kan zich beroemen op zijn of haar geloof. Daarom zei ik in het vorige nummer: het maakt je klein, maar zonder je een minderwaardigheidsgevoel te geven. Het maakt je dankbaar, maar nooit trots. Het maakt je speciaal, maar nooit meer dan anderen.

Het gebeurt

Ik herken het in wat christenen als vanzelfsprekend beschouwen. Het zit soms in korte zinnetjes. Dan praat ik met gemeenteleden over het geloof en dan kunnen ze zomaar zeggen: ‘Ik heb het ook niet van mezelf hoor.’ Of ze zetten zich in voor de medemens en dat verklaren ze met een zinnetje als: ‘Ik deel alleen maar uit van wat ik gekregen heb.’ Korte zinnetjes die laten zien hoe hun karakter gevormd is door Gods liefde. Het mooiste wat je hebt in dit leven – de band met God – heb je gekregen. Denk daar over door en laat dat je vormen. Praat hierover met elkaar in de gemeente, in de gezinnen en met je vrienden. Vormt Gods verkiezing mij? Ga het ook gewoon oefenen. Oefen je in meeleven, in goed doen, in nederigheid, etc. Zo wordt datgene wat Gods karakter bepaalt – liefde en trouw – ook bepalend voor jouw karakter.