Moeder en vader
Moederdag hebben we nu gehad en Vaderdag komt eraan. Het blijven vreemde dagen, met misschien beschuit op bed. En dan de nacht daarna onrustig slapen vanwege de achtergebleven kruimels en suikerkorrels.
Maar, laten we eerlijk zijn: die vaders en moeders hebben het meestal wel verdiend.
Vrijwel ieder jaar denken we dan ook aan anderen, zoals kinderloze echtparen, voor wie op de betreffende zondagen zelfs in de kerk gebeden wordt. En dat is goed.
Dit jaar werden we, meer nog dan andere jaren, bepaald bij ouders die een kind verloren hadden. Soms in een heel vroeg stadium en dan noemen we het, met een lelijk woord, een miskraam, en soms op latere leeftijd.
Een man die zijn vrouw verliest noemen we een weduwnaar. Een vrouw die haar man naar het graf moest brengen een weduwe. En kinderen die beide ouders moeten missen noemen we wezen.
Maar hoe noemen we ouders die een kind verliezen?
Bij ouders die dat overkomt is dat een groot verdriet dat ze de rest van hun (gezamenlijk) leven moeten meedragen. En dat leidt niet zelden tot verwijdering en onbegrip tussen die man en vrouw. Dat is vaak nog een extra diepte aan dat verdriet.
Het is een verdriet dat ook niet verdwijnt. Het verandert mogelijk in de loop der jaren wel van intensiviteit, of vorm, maar bij veel van die ouders is er dagelijks wel een gedachte aan hun gestorven kind, ook na vele jaren.
Zo spraken we ouders van wie een volwassen zoon bij een ongeluk om het leven kwam. Nu zo’n 15 jaar geleden. Nog dagelijks denken ze wel aan hem, of worden geconfronteerd met iets wat hen weer doet terugdenken aan wat er gebeurde. En de emoties zitten dan aan de oppervlakte. Mensen om hen heen lijken wel te denken: ‘Nou zal het toch wel een keer over zijn. Jullie hebben nog twee dochters, en het is al zo lang geleden. Het leven gaat door, toch?’
Maar dat is niet zo. Een moeder en een vader die hun kind naar het graf hebben moeten brengen dragen dat hun verdere leven lang met zich mee. En aandacht daarvoor in pastoraal opzicht zal nodig blijven. En onderling gesprek.
Daarmee komt hun zoon of dochter niet terug, maar het kan wel ondersteunend werken in het verzachten van dat benauwende gevoel van onmacht. De onmacht van toen, die toch telkens weer de kop opsteekt.
hwalinga@walinga.org