Hij is meer dan erbij...
Actueel
‘Doordat Hij alles aan Hem onderworpen heeft, rest er niets dat niet onder Zijn gezag is gesteld.’ (Hebreën 2 : 8b).
Je hoort het mensen vaak zeggen, ook in preken en vooral veel in moeilijke omstandigheden, waaronder herdenkingsbijeenkomsten bij de begrafenis van een geliefde: ‘Hij was erbij.’ Het schuurt bij mij altijd een beetje, omdat er dan, terwijl de bedoeling echt bemoediging is, ook de gedachte kan opkomen: ‘Waarom deed Hij dan niets?’ En die vraag klinkt vaak in de wereld. Als het gaat over de ellende in de wereld, en die is immens, dan komt die vraag als vanzelf naar boven. Soms twijfelend, soms wanhopig, vaak brutaal. ‘Waar was God in Auschwitz?’ is wel een van de bekendste.
Mijn oudste dochter heeft deze tekst uit Hebreeën 2 op een strook boven haar beeldscherm geplakt, in het Engels. Dan lijkt de tegenstelling ‘alles’ en ‘niets’ nog net even wat sterker te klinken: dan wordt het ‘everything’ tegenover ‘nothing’. En we raakten erover aan de praat toen ze een paar moeilijke beslissingen moesten nemen op Aruba, waar ze wonen en werken onder prostituees, verslaafden en daklozen.
In de tekst staat dat de hemelse Vader alles aan zijn Zoon onderworpen heeft. Helemaal niets uitgezonderd, dus. Dat betekent veel meer dan ‘Hij is erbij.’ Immers, alleen ‘erbij’ zijn, suggereert een passieve houding. Om het bijna oneerbiedig te zeggen: ‘Hij stond erbij en keek ernaar.’ Als wij ‘ergens bij zijn’, dan zien we iets gebeuren, waarvan we zelf niet echt deel uitmaken. We hebben er ook niet de hand in, het gebeurt gewoon, en we kunnen hooguit wat helpen als dat erge al gebeurd is, maar meer ook niet. Of misschien maken we er wel deel van uit, maar ondergaan we die gebeurtenis dan, al of niet protesterend, maar we sturen die niet, integendeel. De schrijver van de brief aan de Hebreeën gaat verder. Veel verder. En dat maakt het er voor de mens in het algemeen niet gemakkelijker op. De schrijver zegt: ‘Alles is aan Hem onderworpen’ en dat betekent dat Hij alles ook bestuurt. Over alles heerst. Geen ding, geen gebeurtenis, geen vreugdevol iets en geen ramp uitgezonderd. Dat is vaak moeilijk te geloven als er dingen gebeuren die wij niet begrijpen. Immers: wat is de zin van al die ellende? Daar hebben wij geen zinnig antwoord op. We begrijpen er niets van. Zo beperkt denkend, kan alleen het geloof in de almachtige, drieënige God ons overeind houden. Want Jezus, de Zoon regeert. Als je dat niet gelooft, of er niet meer aandacht aan besteedt dan door te zeggen ‘Hij is erbij’, ja, dan komen de wrange vragen naar boven.
De troost die we hebben in moeilijke tijden is dus niet alleen maar ‘Hij is of was erbij’ maar ‘Ik ben veilig in zijn handen’. Sturende handen, regerende handen. Maar ook - en dat is de grond onder zijn koningschap - ook doorboorde handen. Niets groeit Hem boven het hoofd. Hij bewaart en beschermt ons. Nee, niet tegen ellende, ziekte en sterven, of tegen oorlog, geweld en natuurrampen, en andere nare dingen die op aarde gebeuren, maar tegen het verloren raken in de kille handen van zijn grote tegenstander. Hij bewaart ons voor de eeuwige dood, en dat gaat veel verder dan het sterven vandaag, hier op aarde. Op weg naar zijn koninkrijk waar zij die in het boek van het leven staan eeuwig heerlijk zullen leven, waar alle verdriet en ellende, groot en klein, voorbij zal zijn, staat Hij aan het stuur en leidt zijn kinderen voort om dat doel en die dag te bereiken, dwars door alle donkerheid en narigheid heen. Met als belangrijkste drijfveer zijn grenzeloze liefde voor mensen. Die doorboorde handen zijn daar de onmiskenbare tekenen van. Dat lost ons onbegrip over oorlog en geweld, over verlies en ziekte niet op. Maar biedt ons wel perspectief. Dat perspectief, dat geloof, is wel ‘opium voor het volk’ genoemd. Een verdovend middel om de ellende niet onder ogen te hoeven zien. Christenen hebben dat altijd een zeer misleidende uitdrukking gevonden. Want zo bezien zou het omstandigheden die door de ongehoorzaamheid van de mens ontstaan zijn, bestrijden met of wegstoppen achter een ander groot kwaad. Waarmee de problemen niet opgelost worden, maar juist in verhevigde mate terugkeren, opnieuw omdat de mens dat zelf veroorzaakt. Want aan de weg van de ellende staat meestal de mens zelf - direct of indirect - aan het stuur. Gelukkig is het tegenstuur van de verlossing vele malen krachtiger. Dat zal zeker blijken.
Dat perspectief biedt ons uitzicht op de grote dag van de wederkomst van de koning der koningen. Op die dag zal Hij er zeker bij zijn. En voor wie zijn koningschap gelooft en belijdt mag de troost zijn, dat wij erbij zullen zijn. Samen met zoveel geliefden, die we vaak nu missen.
Door Heerco Walinga
Schriftwerk