De kerkdienst als eucharistie

Eén van de dingen die kenmerkend zijn voor mij als theoloog, is mijn voorliefde voor de kerk. Ik ga mijn hele leven al zonder veel tegenzin elke zondag naar de kerk. De kerkgang biedt structuur aan mijn week en aan mijn zondag, zonder kerkgang voelt de zondag eigenlijk niet zo compleet. Naast die praktische kant, merk ik dat ik niet in mijn eentje kan geloven. Het helpt mij om elke week samen met anderen te geloven en bij de inhoud van dat geloven bepaald te worden, om woorden van God aangezegd te krijgen en om als vraag of antwoord daarop voor God te zingen en tot hem te bidden. Kortom, als u net als ik graag (minimaal) wekelijks bij God en uw geloof in God bepaald wilt worden, dan lijkt de kerk the place to be.

Door Anne-Maaike Pathuis

De keerzijde van theoloog zijn en van de hoge verwachtingen van een kerkdienst, is dat kerkdiensten met enige regelmaat niet aan mijn verwachting voldoen. Ik hoop op veel én ben zeer kritisch op wat er allemaal in de kerk gebeurt. Ik vraag me de hele dienst af: hoe zou dit anders kunnen, hoe zou dit liturgisch element nog beter kunnen bijdragen aan de inhoud, hoe zou ik over deze tekst preken, en komt dit dichtbij mijn leefwereld? Waarschijnlijk gaat ook u met uw eigen verwachtingen naar de kerk: u hoopt dat de liederen bekend voor u zijn, dat de dominee aansprekend preekt, dat u iets met de boodschap van de dienst en de preek kunt. Verwachtingen kunnen (en zullen soms) teleurgesteld worden, misschien juist omdat een kerkdienst ook mensenwerk is. Toch mag door dat mensenwerk heen iets van God klinken – daar blijf ik van overtuigd. In de kerkdienst leren we over het leven met God en ervaren we al een stukje van dat leven met God.

Avondmaal

In het afgelopen jaar ben ik op verschillende plekken het beeld van het avondmaal tegengekomen als beeld voor het leven met God. In de Rooms-katholieke kerk wordt avondmaal eucharistie genoemd, wat afgeleid is van het Griekse werkwoord voor ‘dankzeggen’. In het avondmaal danken we God voor het lijden en sterven van Jezus. Maar Jezus dankte God al voor het brood en de wijn, die symbool zouden worden voor zijn lijden en sterven, vóórdat dat lijden en sterven daadwerkelijk ultiem plaatsvonden.  Ann Voskamp schrijft er prachtig over in haar boeken Duizendmaal dank en Gebroken leven. Ze stelt dat het avondmaal ons leert om God voor álles te danken – ook voor dat wat te moeilijk en te veel voor ons is – en om zo alles als gave van hem te leren ontvangen. Het breken van het brood beschouwt ze als een symbool om de gebrokenheid in ons leven te verbinden met de genezende gebrokenheid van Jezus. Het lijden in ons leven wordt verbonden met Jezus’ lijden, zodat er door het lijden toch heelwording kan plaatsvinden.

God als gave

Voor de kerkdienst leert het beeld van het avondmaal mij (onder andere deze) twee belangrijke dingen. Ten eerste roept het geloof dat God ons door een dienst heen zijn genade wil laten ervaren en tot ons wil spreken, mij op om toch blijvend naar zijn gaven te verlangen en die ook als zodanig te ontvangen. Elke zondag klinkt in ieder geval de zegen en weet ik weer: alleen door Gods genade en vrede blijf ik in leven. Het gaat niet alleen om een aansprekende preek of perfect kloppende liturgie, op verschillende momenten in de dienst – in een mooi lied dat met je meegaat de week in, in een gebed, in de stilte – mogen we iets van Gods genade en vrede ervaren. Soms lijkt het wel alsof God een mede-kerkganger extra wil bemoedigen, en voelt die zich juist wel aangesproken door dat wat ik niet als gave van God wilde ontvangen.
Ten tweede leert het beeld van het avondmaal mij dat in elke dienst weer, en niet alleen tijdens het daadwerkelijke avondmaal, het lijden van deze wereld verbonden mag worden met het lijden van Jezus. Deze tijd na Goede Vrijdag en Pasen zet ons daar misschien nog extra bij stil – zeker met de berichten over de aanslagen in Sri Lanka op paasochtend nog in onze gedachten. Maar elke dienst opnieuw is er in gebed en in zingen weer de ruimte om God bij dat lijden te roepen. Hij is er al bij, en door ons gebed en ons zingen mogen we daar weer van bewust worden.