De doop van Jezus
Actueel
Vroeger was het heel normaal, nu gebeurt het bijna niet meer: meerdere kinderen na elkaar in hetzelfde bad. De oudste eerst, die had dus schoon water, daarna de volgende en de volgende en de volgende (de gezinnen waren toen wat groter), tot en met het jongste kind die als laatste in het toch wel wat vieze badwater van zijn broers en zussen zat. Je moet er toch niet aan denken, zeg!
Dit is wel wat Jezus doet volgens Marcus 1:1-13: Hij stapt als oudste broer in het vieze badwater van al zijn broers en zussen. De zonden van Jezus’ volksgenoten worden afgewassen in de rivier. Het water wordt steeds viezer en troebeler -misschien ook wel letterlijk: al die voeten die modder omhoog werpen- en dan komt Jezus en Hij dompelt zich daarin onder. Jezus dompelt zich onder in de zonden van zijn volk. De Judeeërs en Jeruzalemmers gaan er vies in en komen er schoon uit, bij Jezus is het net andersom: Hij gaat er schoon in maar komt er vies uit. Al die achtergelaten zonden van zijn volksgenoten blijven kleven aan Hem. En als Jezus er dan uitkomt gaat de hemel boven Hem open. En dan komt de Geest als een duif naar beneden en zegt God de Vader: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in Jou vind Ik vreugde.’ Vader, Zoon en Geest hadden gezamenlijk besloten om de mensen te redden van hun zonden. De Zoon zou daar een cruciale rol in spelen, Hij zou als mens geboren worden op aarde om de zonden van de mensen op Zich te nemen. Om kopje onder te gaan in de zonden van de mens. Als je te lang onder water blijft sterf je. Voor de mensen die door Johannes gedoopt worden blijft het bij een symbolisch sterven. Maar Jezus’ doop was een program, een vooraankondiging, voor Hem zou het werkelijkheid worden (Lucas 12:50). Dat de heilige Geest als duif op Jezus neerdaalt onderstreept dit, de duif was een offerdier in Israël.
Geliefd kind
Wij geloven en wij zeggen tegen elkaar en onze kinderen: jij bent een geliefd kind van God. Het is een uitspraak die op zich klopt, maar ook iets kwetsbaars heeft. Mogelijk is al die nadruk op ons kind van God zijn een reactie op een tijd waarin we vooral te horen kregen dat we zondaars zijn. Toch kriebelt het bij mij als ik zulke kaarten zie: ‘jij bent mijn geliefde zoon/dochter.’ Ik las op internet een verhaal van iemand die het direct aan Marcus 1:11 koppelt. Terwijl het daar nou net niet gezegd wordt. Van niemand van de Judeeërs en Jeruzalemmers zegt God: jij bent mijn geliefde kind, in jou vind Ik vreugde. God zegt dat juist alleen maar over zijn eigen Zoon. Dat God van ons houdt heeft niets te maken met iets in ons. Het komt helemaal en alleen maar uit Hemzelf. Dat is onze redding. Soli Deo Gloria. Het kwetsbare van de uitspraak ‘je bent een geliefd kind van God’ is dat Jezus geskipt wordt. Terwijl Hij nou net de kern van ons geloof is. Wij zijn alleen maar Gods geliefde kinderen ‘in Jezus’. Via Jezus. In zijn naam. Jezus is Gods geliefde kind (zie Psalm 2:7), in Jezus vindt God vreugde (zie Jesaja 42:1). Jezus is Gods geliefde kind, en als jij door geloof bij Jezus hoort geldt dat geliefd zijn door de Vader ook voor jou (Efeziërs 1:5-6). Als we voortdurend tegen elkaar en tegen onze kinderen zeggen ‘jij bent Gods geliefd kind’, is het niet gek dat we het belang van geloven niet meer begrijpen.
Aandacht voor je doop
Maarten Luther zei: ‘kruip elke dag uit je doop.’ Voor velen van ons is de doop vooral iets is van het begin van je leven. Wat je er daarna mee moet vinden we lastig. Onze doop functioneert vaak net als die uitdrukking ‘je bent geliefd door God’. Mooi, dan is het dus af. Maar dat is het helemaal niet. Wat je dan vergeet is dat je doop aandringt op geloof en bekering. Dat God met die stem uit de hemel laat weten zo blij te zijn met de doop van zijn Zoon maakt zichtbaar wat belangrijk is in je geloof. Je doop wijst je op de noodzaak elke dag je zonden te belijden en je tot Jezus te keren om te erkennen dat Hij Gods liefde waard is en met de vraag of jij daarin mag delen. In onze kerken doen wij niet zoveel met een ‘doopgedachtenis’. Gelukkig staat de term wel in het derde, wat nieuwere doopformulier. Dan wordt er dit gezegd: ‘Samengekomen rond de doopvont worden we allen getuigen van de doop van dit kind en denken we aan onze eigen doop. Laten we ons dan niet schamen openlijk uit te komen voor ons geloof in Christus, want het evangelie is Gods reddende kracht voor allen die geloven.’ De doop drukt je met je neus op je zonden. Je hebt Jezus nodig, elke dag. Je moet je bekeren, elke dag. Jezus verdronk in ons doopwater. Daar was zijn Vader blij mee. En Jezus deed het met volle overtuiging en met de hulp van de Geest. Jouw doop dringt aan op het belijden van je zonden en het belijden van je geloof in Jezus. In plaats van dat je je doop achter de hand houdt, moet je je doop voor de aandacht houden.
Door ds Rutger Heij