De geloofsbelijdenis van Nicea (1)
Actueel
Dit jaar is het 1700 jaar geleden dat de eerste versie van de Geloofsbelijdenis van Nicea werd vastgesteld. De officiële benaming van deze geloofsbelijdenis is de Geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel. In onze kerken is het één van de belijdenissen. In vier artikelen wil ik ingaan op (1) het ontstaan, (2) de inhoud, (3) latere ontwikkelingen en (4) de huidige betekenis van deze belijdenis.
In het jaar 313 werd door keizer Constantijn het Edict van Milaan uitgevaardigd, waarin godsdienstvrijheid werd gegeven aan de inwoners van het Romeinse Rijk. Dit edict maakte een einde aan de christenvervolgingen. De christelijke godsdienst werd van een ongewenste minderheid één van de gelijkwaardigde godsdiensten in het Romeinse Rijk.
Al snel na het Edict ontpopte zich binnen de christelijke kerk een geschil. Dit geschil is de geschiedenis ingegaan als het Ariaanse conflict. Door de eeuwen heen is bisschop Arius (250-336) gezien als een ketter, die het aan God gelijkzijn van Jezus Christus ontkende. Dit klopt zeker, maar Arius’ bijdrage in dit conflict is eerder de druppel die de emmer deed overlopen.
Dit geschil heeft diepere wortels tot in de tweede eeuw. In deze tweede eeuw hadden theologen, zoals bijvoorbeeld Justinus de Martelaar, de Logos-theorie uit de Griekse filosofie onderdeel gemaakt van de christelijke theologie. Deze Logos-theorie staat in de gnostiek bekend als de Goddelijke wijsheid of de creatieve kracht waaruit God de dingen geschapen heeft. Deze Logos werd geprojecteerd op Jezus Christus. De woorden uit het Evangelie van Johannes 1 vormden hiervoor de basis.
Probleem
Hiermee ontstond na verloop van tijd de idee dat Jezus onder God de Vader gerangschikt was: de Logos kwam immers voort uit de Vader. De kerkvader Origenes leerde weliswaar de godheid van de drie personen, maar rangschikte deze wel als de Vader als hoogste godheid, de Zoon de mindere en de Geest als laagste godheid. Origenes geloofde dat de Zoon en de Geest eeuwig uit de Vader waren voortgekomen. Hierin stond Origenes tegenover bijvoorbeeld de hiervoor genoemde Justinus en Tertullianus, die geloofden dat nog vóór de schepping de Zoon uit de Vader was voortgekomen.
Arius greep terug naar deze tweede eeuw in zijn visie op Jezus Christus. Hij leerde dat er een tijd was geweest dat de Zoon was voortgekomen, en dus ook een tijd dat de Zoon er niet was geweest. De Zoon was dus niet eeuwig, zoals God de Vader. Volgens Arius kon de Zoon daarom niet goddelijk zijn (eeuwigheid is een goddelijke eigenschap). Jezus was slechts een schepsel, maar dan wel het belangrijkste schepsel.
Arius leerde dat God de Vader de enige is die niet is voortgebracht. Hij is Schepper. Wat Hij maakt, komt niet uit Hemzelf voort en Zijn wezen (oneerbiedig: materiaal) wordt ook niet gedeeld met andere schepselen. Jezus is een schepsel, en dus niet van hetzelfde wezen als de Vader. Van hetzelfde wezen is in het Grieks homo-ousios. Volgens Arius lijkt Jezus Christus wel op de Vader, in het Grieks homoi-ousios. Het hele probleem hangt dus aan één letter (de Griekse jota).
Partijvorming
Vanwege zijn visie op Christus werd Arius als oudste/presbyter van de Kerk van Alexandrië afgezet. Dit gebeurde in 320 op een synode, gehouden door de Bisschop van Alexandrië (Alexander). Deze bisschop Alexander leerde het beginloze, eeuwige bestaan van Christus de Zoon naast de Vader. Arius bleek een groot aantal volgelingen te hebben en zelfs lang na zijn dood waren er nog tal van kerken met een Ariaanse identiteit (de Goten, die in de vijfde eeuw het West-Romeinse Rijk zouden aanvallen waren Ariaanse christenen). Een ander groot tegenstander van Arius was de opvoger van Alexander, Athanasius. Volgens Athanasius heeft het christendom met de Logos-theorie het paard van Troje de kerk binnengehaald. Er stonden twee partijen tegenover elkaar: Arius enerzijds, Alexander/Athanasius anderzijds. Beide groepen hadden een grote aanhang binnen de kerk van de vierde eeuw.
De jonge, pasbekeerde, keizer Constantijn stond dus al gauw tegenover een tot op het bot verdeelde Kerk. Hij besloot daarom dat er een grote algemene Kerkvergadering (concilie) zou moeten plaatsvinden. Een relatief nieuw middel voor de Kerk om problemen op te lossen. Hierover de volgende keer.
Door Jac de Groot, MA