Afbeelding

De Geloofsbelijdenis van Nicea (3)

Actueel

Dit jaar is het 1700 jaar geleden dat de eerste versie van de Geloofsbelijdenis van Nicea werd vastgesteld. De officiële benaming van deze geloofsbelijdenis is de Geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel. In onze kerken is het één van de belijdenissen. In vier artikelen wil ik ingaan op (1) het ontstaan, (2) de inhoud, (3) latere ontwikkelingen en (4) de huidige betekenis van deze belijdenis.

De Geloofsbelijdenis van Nicea mag dan 1700 jaar oud zijn, maar de tekst zoals wij deze kennen is een compilatie vanuit twee concilies: Nicea (325) en Constantinopel (381). Het vorige artikel eindigde met de tekst van Nicea, over God de Vader en Jezus Christus. Het gedeelte over de Heilige Geest en de Kerk werd pas na 381 toegevoegd aan de geloofsbelijdenis.

Het Concilie van Constantinopel handelde voornamelijk over de plaats van de Heilige Geest in de Kerk. De uitkomst was dat de Heilige Geest in eenheid en goddelijkheid van hetzelfde wezen was als de Vader en de Zoon. Het concilie sprak daarmee uit dat Vader, Zoon en Heilige Geest één en dezelfde God zijn. Deze uitspraak was noodzakelijk omdat, met name, in het Oost-Romeinse Rijk er verschillende bestrijders van de godheid van de Geest aanwezig waren, zogenoemde Pneumatomachen.

De besluiten van het concilie van 325 werden bevestigd en aangevuld met bovengenoemd besluit van de Heilige Geest als gelijkwaardigde goddelijke derde persoon van de triniteit. In 381 werd de triniteit definitief vastgelegd als kerkelijk dogma: zoals Christus de Zoon is voortgekomen uit de Vader, zo komt ook de Geest voort uit de Vader en wordt de Heilige Geest aangebeden en verheerlijkt samen met Christus de Zoon.

Dit is wat de christelijke kerk, bij concilie vastgelegd, leert over de Triniteit sinds 381: Vader, Zoon en Geest zijn de drie personen van de godheid. De Zoon en de Geest zijn voortgekomen uit de Vader. De Zoon en de Geest worden op dezelfde manier als God de Vader aangebeden en verheerlijkt.

Grote schisma

Uiteindelijk bleek de conciliaire uitspraak van 381 niet het laatste te zijn wat hierover is gezegd. In de Westerse (katholieke) Kerk kwam in de zesde eeuw een kanttekening op, dat de Heilige Geest niet alleen van de Vader zou zijn voortgekomen, maar ook vanuit de Zoon. In de kerkgeschiedenis wordt dit de Filioque-kwestie genoemd. Filio-que (Latijn), vertaald: en de Zoon.

De Latijnse tekst van de geloofsbelijdenis luidt:
Et in Spiritum Sanctum, Dominum et vivificantem, qui ex Patre Filioque procedit. Qui cum Patre et Filio simul adoratur et conglorificatur: qui locutus est per prophetas. In het Nederlands:
En in de Heilige Geest, die Here is en levend maakt, die van de Vader en de Zoon uitgaat, die samen met de Vader en de Zoon aangebeden en verheerlijkt wordt, die gesproken heeft door de profeten.

Na verloop van decennia kwam deze tekst blijvend in de geloofsbelijdenis terecht. Paus Bonifatius VIII besloot (eenzijdig) dat dit Filioque onderdeel was van de geloofsbelijdenis. In de Oosterse (orthodoxe) Kerk kende men dit Filioque niet. Van acceptatie van dit Filioque kon geen sprake zijn, omdat niet heel de Kerk in een oecumenisch concilie zich er over had kunnen buigen.

Er waren sinds de scheiding van het Romeinse Rijk al in taal en cultuur twee typen kerk ontstaan, maar het Filioque bracht daar in eerste instantie een officieuze scheiding in aan. Pas in 1054 werd het Filioque gebruikt als ‘reden’ om de kerken tussen Oost en West blijvend te scheuren. Het westen bleef, en blijft nog steeds, vasthouden aan het Filioque. Ook alle protestantse denominaties, voor zover zij uitspreken dat zij de Geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel als belijdenis aanvaarden, houden vast aan het Filioque.

Het Filioque is misschien niet fout, maar het is duidelijk niet op de juiste manier in de geloofsbelijdenis terecht gekomen.

Noot van de auteur: vroeger sprak men van het Oosters Schisma, om daarmee de Oosters-Orthodoxe Kerk als schuldige aan te wijzen. Tegenwoordig wordt gesproken van het Grote Schisma, wat meer recht doet aan de feitelijke gebeurtenissen.

Door Jac de Groot, MA