Afbeelding

Plakkaat 1525/26

Algemeen

Ruim 500 jaar geleden begon de bestrijding van ‘de ketterij’ van Maarten Luther en zijn volgelingen.i Paus Leo X had Lutheranen buiten de kerk gesteld (geëxcommuniceerd) 3 januari 1521. Volgens zijn banbul moest nu elke christgelovige zulke ketters daadwerkelijk mijden. Ze moesten bekeerd of gestraft worden; hun geschriften plechtig verbrand. Lezen, bezitten, drukken en (ver)kopen ervan is verboden. Overheid en rechterlijke macht behoren deze ketterbestrijding te steunen. Dienovereenkomstig handelde de jonge keizer Karel V via zijn Edict van Worms (mei 1521).

Zo kwam er sindsdien in de Nederlanden van de 16e eeuw een reeks plakkaten[i] en voorschriften van de overheid los om ketters te bestrijden. In 1566 mede oorzaak van Opstand en ‘80-jarige oorlog’. Daarbij was ook de inzet van zg. calvinisten een factor. Halverwege de 16e eeuw kwamen ook dezen in de Nederlanden op. Maar al vanaf 1521 volgden onderscheiden mensen de ‘Lutherse leer’. Ook priesters. Zoals Jan de Bakker uit Woerden (verbrand te Den Haag 15 september 1525) en Willem Ottensz uit Hoorn, die in 1524/25 8x gevangengezet werd: Utrecht, Amsterdam, Medemblik, Den Haag. Hij ontsnapt februari 1526 door vanuit Monnickendam met z’n vrouw te vluchten naar Emden.[ii] Z’n schoonmoeder werd wel gearresteerd. Daarover later nog.

Nieuw plakkaat 1525/26

Eerst nu iets over de officiële ketterbestrijding van de overheid. Via de landvoogdes Margaretha van Oostenrijk te Mechelen (‘la bonne tante’ van keizer Karel V) verschijnt 10 dagen na de executie van Jan de Bakker een nieuw plakkaat van de keizer voor Holland. Een jaar later geldt het ook voor Vlaanderen. Het plakkaat schetst eerst de situatie. 1e. De keizer sluit aan bij een plakkaat uit 1521: al de boeken van ‘Luther en zijne adherenten’ zijn al verboden te kopen of te lezen, met bijbehorende straffen. 2e. Er zijn ketterse geestelijken, die (al of niet heimelijk) preken in conventikels, waar bijbel en theologische kwesties ter discussie komen. Zo ‘wordt het gewone volk bedrogen en verleid tot nieuwigheden en perverse opinies’. Men interpreteert er de heilige schriften naar believen ‘en niet naar het rechte verstand van de heilige doctoren’.

Vervolg plakkaat 1525 

3e. Ook rechtzinnige predikanten, die de ‘ketterij’ vanaf de kansel met naam en toenaam bestrijden, richten schade aan: heel wat gelovigen komen op die manier in aanraking met denkbeelden die zij anders nooit gehoord of overwogen hadden. Zoiets kan leiden tot weerstand en standpuntbepaling. Dit moet ophouden. 4e. De dwalingen worden natuurlijk ook gevoed, ‘doordat leken en ongeleerde personen zelf ”de Duitse evangeliën, de epistolen van Sinte Pauwels en andere geestelijke geschriften” dagelijks lezen naar hun verstand en zoals de woorden liggen; ze halen daaruit wat hun behaagt, wat niet leidt tot een recht verstaan.’ [iii] Dit lezen en bespreken wordt verboden. Ten 5e wordt ook verboden om heimelijk of publiekelijk te disputeren over de geloofsartikelen, de sacramenten van de kerk, de macht van de constitutie, van paus, concilie, bisschoppen en andere oversten, ook niet over de ceremoniën van de kerk en andere gelijkwaardige zaken.[iv]

Straffen

Overtreding hiervan wordt bestraft met geldboetes en banstraffen. Wat betreft relapsen: bij hervallen voor de derde keer riskeer je een zeer zware boete en verbanning voor een jaar. Lokale rechters krijgen bevoegdheid de straffen naar eigen inzicht aan te passen. Van de geldboetes is een derde bestemd voor de aanklager, een derde voor de plaatselijke gerechtsofficier en een derde voor de keizer. Alle mogelijke ketterse boeken zijn verboden te drukken , moeten ingeleverd voor plechtige verbranding. Overtreding daarvan wordt bestraft met verlies van een derde van bezit en eeuwige verbanning. Tot zover het plakkaat.

Kloosters en conventen

Nadien stuurde de landvoogdes een brief naar de kloosters en conventen. Zij had begrepen, dat de dwaling, die onder het gewone volk gerezen is, het meest voortkomt ‘uuyt die indiscreten sermonen (preken) van de predicanten, religieusen ende anderen.’ De kloosters mogen alleen nog predikanten uitsturen, die voorzichtig, verstandig en welonderricht waren en goed geoefend. Voor de zoveelste keer vroeg zij om in de sermoenen niet de naam van Luther noch verwijzingen naar zijn leer te noemen! Een soort ‘doofpotoperatie’ dus eigenlijk[v]. Als iedereen z’n mond hield, veronderstelde ze, zou de commotie rond Luthers persoon en gedachtegoed vanzelf wel verdwijnen. Aan de kloosteroversten wordt een streng toezicht opgedragen. Anders ziet zij zich genoodzaakt in te grijpen tot hun schade en schande.

Lokale rechters

Volgens het plakkaat krijgen lokale rechters dus ook bevoegdheid om de straffen naar eigen inzicht aan te passen. Natuurlijk wist de landvoogdes wel van de aanpak in Antwerpen. Daar waren in de lente van 1525 twee hervormingsgezinde predikers populair geworden: een uitgetreden augustijner monnik Nicolaas en een ontslagen pastoor Gielis. Dezen trokken zoveel volk, dat ze buiten de stad in het veld gingen preken. Dit werd het stadsbestuur te gortig. Op 29 juli vaardigde de stadsmagistraat een ordonnantie uit, waarin strenge straffen werden gesteld op het bijwonen van zulke ketterse sermoenen. Tegelijk werd een premie van honderd goudgulden uitgeloofd voor wie informatie kon geven, die leidde tot arrestatie van een van deze prekers. Dat hielp. De volgende dag preekte de augustijn Nicolaas bij het Falconklooster (aan de rand van de stad) vanaf een op de werf getrokken schip.

Gegrepen

Toen hij stopte met preken en van het schip afklauterde, werd hij gegrepen door twee slagersknechten. Vandaar gaat het naar de stadsmagistraat en verder naar de gevangenis in het Steen. De volgende morgen vroeg om 6 uur vergadert de brede stadsraad over de straf. Tegen tien uur trekken burgemeester, markgraaf, gildebroeders en ambachtsdekens in ’t harnas naar het Steen om Nicolaas uit z’n cel te halen. Vandaar in stoet naar de werf. Daar stopt de beul de veroordeelde Nicolaas in een zak, naait die boven z’n hoofd dicht en stoot hem in de Schelde, waar de verdrinkingsdood volgt. Volksprotest wordt gedempt. Een zekere Michiel Bramaert bleef protesteren, sprak bovendien ‘injurieuse woerden van blasphemien’ over Maria en de heiligen, was tegen het vereren van heiligenbeelden. Straf: z’n tong werd gespleten en hij moest de stad voor eeuwig verlaten[vi]. Een volgende keer D.V. meer voorbeelden van lokaal recht.

[i] Plakkaten waren aanplakbiljetten van de overheid, ook genoemd in de NGB 1561 Art. 28.

[ii] Zie dit kerkblad 16 januari 2026

[iii] Gert Gielis, Verdoelde schaepkens, Leuven 2009, 185/6, 220, 372 nt 45: In 1523 verscheen bij Adriaen van Berghen te Antwerpen de eerste reformatorische bijbeluitgave in de Nederlanden; een (uiteraard verboden) Nederlandse vertaling van Luthers Duitse Nieuwe Testament.

[iv] A.w. 222

[v] A.w. 183

[vi] A.w. 176-179

Kerk onderweg