Eén tegen eenzaamheid
Eén tegen eenzaamheid

B10: Bruikbaar en Heilig 1

Algemeen

Toen ik Paulus’ woorden over de kerk opnieuw las, bleef één zin bij me hangen: “De leden die het zwakst lijken, zijn juist het meest nodig” (1 Korintiërs 12). Want eerlijk is eerlijk: ook ik kijk vaak eerst naar wie actief meedoet, wie begrijpt en wie iets kan bijdragen dat zichtbaar is.

Deze gedachte zet me stil. Misschien missen we juist de mensen die niet opvallen, maar onmisbaar zijn. Paulus vergelijkt de kerk met een lichaam. Niet elk deel is zichtbaar of treedt op de voorgrond. Maar juist de stille of minder opvallende delen zijn onmisbaar. Vs 7: In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente. Dat beeld schuurt met hoe kerk-zijn vaak voelt. We zijn gewend geraakt aan een bepaald tempo en een bepaalde manier van doen. Wie daarin niet vanzelf past, kan aanwezig zijn, maar zich toch buitengesloten voelen. Dat beeld dwingt het idee van ‘meedoen’ te herzien. Misschien gaat het bij meedoen niet om wie er bij ons past, maar om of we durven te erkennen dat we elkaar nodig hebben. Het betekent oog hebben voor hen die niet vanzelfsprekend lijken, maar onmisbaar zijn. Welke stappen zijn nodig om hen ruimte te geven?

Daarbij horen belangrijke vragen: voor wie is onze kerk eigenlijk toegankelijk? Moet iemand zich eerst aanpassen om mee te mogen doen, of past de kerk zich aan zodat iedereen iets kan bijdragen? Dat laatste noemen we inclusie. Inclusie is universeel en maakt de kerk rijker. Paulus’ beeld van het lichaam helpt ons anders te kijken: niet wie past er bij ons, maar wie missen we als we alles blijven doen zoals altijd? Misschien begint inclusie precies daar — bij het besef dat we elkaar als leden van Christus gemeente nodig hebben, juist in onze verschillen. En zo - met elkaar - ondersteunend optrekken.

Elementen

Een inclusieve geloofsgemeenschap ontstaat niet door goede bedoelingen, maar door concrete keuzes. In de praktijk blijken vooral de volgende bruikbare elementen helpend:
* Tijd en geduld – inclusie kost tijd. Kerk zijn is een plek om te leren, aandacht te geven en te ontvangen.
* Erbij horen zonder voorwaarden – welkom zijn zoals je bent. Je hoeft niet eerst iets te begrijpen of te kunnen. Een cultuur waarin aanwezigheid van zichzelf al waarde heeft.
* Verbondenheid – je gezien en gedragen voelen door God en door elkaar.
* Wederkerigheid – iedereen brengt iets mee zoals trouw en eerlijkheid. Kwetsbaarheid maakt de kerk sterker. 
* Veilige ruimte – ruimte voor twijfel, kwetsbaarheid zonder oordeel.
* Verschillende manieren van meedoen – praten of luisteren is niet alles. 
* Dienstbaarheid – de kerk zet aan tot liefde in actie: zorg voor elkaar, recht doen en ondersteuning bieden.

Gemist

We horen er allemaal bij en niemand kan gemist worden, zegt Jezus. Zo kan je je de vraag stellen wie je (nog) niet kent in de gemeente. Wie zie je niet? Wie hoor je niet? Mensen die wel je broeder/zuster zijn. Is jouw oog en hart op hen gericht? Zet het gemis of niet kennen je in beweging? Inclusie begint tenslotte bij jezelf.

Bruikbaar

Inclusie en bruikbaarheid horen bij elkaar. Een kerk die ruimte maakt voor iedereen, helpt mensen God te ontmoeten en te groeien in geloof en leven. Het gaat om praktische steun én geestelijke aandacht – thuis, in de eredienst en in het dagelijks leven.

Heilig

Bruikbaarheid staat niet tegenover heiligheid. Bruikbaarheid betekent: “Wat heb ik eraan?” Heiligheid betekent: God is anders, groter, soms moeilijk te begrijpen. Heiligheid vraagt om overgave: “Wat vraagt God van mij?” Een levende kerk zoekt steeds naar balans. Het heilige dichtbij brengen, zodat het raakt. En bruikbaar zijn, zodat mensen er iets mee kunnen doen. Zonder heiligheid wordt de kerk leeg. Zonder bruikbaarheid wordt de kerk onbereikbaar. Een goede kerk combineert beide elementen: het heilige ervaren en het leven concreet vormgeven.
(beeld: Anja Winters)

Inclusieve kerk