ZONDAG 16 AUGUSTUS
Algemeen
11e zondag na Trinitatis
Je haat het als Ik je terechtwijs, mijn woorden schuif je terzijde (Ps..50:17).
Lezen: Psalm 50.
Psalm 50 is in het Geneefs Psalter een van de psalmen met een unieke melodie, net als bijv. 56. 119 en 146. Deze kenmerkende dorische wijs komt maar eenmaal voor. Ook inhoudelijk is het een unieke en bijzndere psalm. Het is de eerste psalm van Asaf. En God lijkt zich tegen zijn eigen volk te keren!
Er ontvouwt zich een bijzonder tafereel: de almachtige God, die alles heeft gemaakt, is in aantocht. In stralend licht, een laaiend vuur voor Hem uit, omgeven door een wervelstorm. Hij roept hemel en aarde erbij als Hij zijn volk aanklaagt en het oordeel aanzegt (vs 4). In de eerste regel wordt meteen al duidelijk waarom. De God der goden, Jahwe; die laatste naam geeft aan waar het op vastzit; het verbond. God getuigt tegen zijn eigen verbondsvolk (vs 7)! Hoe kan dat, wat is er aan de hand? Israël houdt zich keurig aan de regels en offert toch op de voorgeschreven tijden (vs 8)? Dat wel, maar het is formalistische eredienst geworden. Het gaat niet ‘van harte’. God heeft de offerdieren van het volk helemaal niet nodig want Hij heeft alle door Hemzelf geschapen dieren tot zijn beschikking (vs 10-11). Maar het volk denkt God daarmee van dienst te zijn, net zoals omringende volken hun goden tevreden moeten stellen. Dat is de reden dat Hij hen in het beklaagdenbankje zet. Offers en gaven verlangt Hij niet (Ps. 40,7), maar wel ons hart. Het volk moet goed beseffen dat God anders is dan mensen. Het gaat niet om het offerdier, maar om offerbereidheid. Niet mensen doen iets voor God, Hij helpt en redt hen juist uit de nood. Daar wil God zijn volk op wijzen en aanspreken.
Zaak van het hart
Maar daar blijft het niet bij. Want dat uiterlijk vertoon vindt God een kwalijke zaak. Die buitenkant-godsdienst kan Hij niet verdragen. Je kunt de geboden uit je hoofd kennen en de mond vol hebben over de band met God (vs 16), maar wat stelt het in werkelijkheid voor? God wil niet langer zwijgen en daarom noemt Hij er concrete voorbeelden bij: ‘Mijn onderwijs schuif je aan de kant (vs 17), je pleegt diefstal en overspel (vs 18) en uit dezelfde mond waarmee je Mij looft, komt net zo gemakkelijk laster en leugentaal (vs 19; vgl. Jac. 3,9-10). Dit is niet zoals ik het wil; Ik ben zó anders dan jullie. Ik laat het er niet bij zitten, jullie moeten heilig zijn omdat Ik heilig ben (Lev. 19,2; 1 Petr. 1,16). Laat zien dat jullie liefde voor Mij echt en oprecht is. Geef Mij je hart, offer jezelf, wijd heel je leven aan Mij, dan zul je zien hoe Ik redding breng!’
Terechtgewezen worden is nooit leuk. Maar als je beseft dat het van Iemand komt die grenzeloos veel van je houdt, dan neem je zijn woorden ter harte en doe je er wat mee. Want Hij heeft jouw geluk voor ogen.
Muziek & geloof (vervolg)